Ga naar de inhoud van deze pagina.
Voorjaarsnota 2026 Voorjaarsnota 2026

7A Energie, groen en milieu

Ontwikkelingen

Groen
Een buitenruimte die door vergroening bescherming biedt tegen hitte en die bijdraagt aan welzijn en biodiversiteit door de natuur mee te nemen. Door ontstenen en het vasthouden van water in het groen vermindert vergroening ook de impact van droogte en wateroverlast. In het groenbeleidsplan 2020-2029 beschrijven we vier beleidspijlers, te weten: 1) het versterken van de biodiversiteit, 2) klimaatadaptatie, 3) het versterken van de groenstructuur en 4) het realiseren van goed groen door samenwerking met inwoners en andere belanghebbenden. Met het in 2024 vastgestelde groenbeheerplan 2024-2027 geven we uitvoering aan het groenbeheer. Voor een duurzame ontwikkeling van het openbaar groen investeren we de komende jaren in kwaliteit, benodigde vervanging van bomen en beplanting en in vergroening bij onderhouds- en nieuwbouwprojecten. In 2026 wordt de aanbesteding voor het groenonderhoudsbestek voorbereid en ingang gezet per 2027. We optimaliseren het maaibeheer met de beleidsnota Kruidenbeheer 2025-2035. We borgen daarnaast het groenvolume voor de lange termijn. Het bomenbeleid en het kap- en groencompensatiebeleid worden in 2026 herijkt en vastgesteld.

Op basis van de Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda 2021-2026 werken we aan de doelstelling om Katwijk in 2050 zo klimaatbestendig mogelijk te hebben ingericht. Concrete doelstellingen zijn: i) een veilig en robuust Katwijk, ii) een bijdrage aan een gezond en leefbaar Katwijk om te wonen, werken en bezoeken, iii) een aantrekkelijk groenblauw netwerk, iv) het beschermen van kwetsbare groepen, v) het verhogen van biodiversiteit en vi) het behoud van waardevolle natuur. Hierin zit ook een belangrijke wederkerige relatie met deelprogramma 7B (riool) – wederkerig, want deelprogramma 7B (riool) beheert het grondwaterpeil en de afstroming van het regenwater. Dit is essentieel voor onder andere een aantrekkelijk groenblauw netwerk, afgestemd met de kansen in de regio. Hierbij zorgt groen samen met een levende bodem voor een betere doorlatendheid van de bodem en dus voor een positieve werking op het voorkomen van wateroverlast.

Spelen en bewegen mag overal en is voor iedereen. De beperkt beschikbare openbare ruimte maakt dat we multifunctioneel met ruimte moeten omgaan. Ook zoeken we naar mogelijkheden voor ruime en centrale speelplekken bij gebiedsontwikkelingen. We zetten in op de conclusies uit de evaluatie van het beweeg- en speelruimtebeleidsplan. Ouderen in beweging is het thema dat binnen bestaande projecten in 2026 extra aandacht krijgt. Ook geven we in 2026 prioriteit aan het aanleggen van een moderne sport- en speelplek in Rijnsburg. Bij het vervangen van speeltoestellen kiezen we voor een moderne invulling afgestemd op de omgeving.

Milieu
Een duurzame, gezonde en prettige leefomgeving is van groot belang voor de bewoners van Katwijk. De bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit heeft daarbij de hoogste prioriteit bij ruimtelijke ontwikkelingen, projecten en het verlenen van vergunningen.

Geluidhinder
We werken aan het verminderen van geluidshinder door wegverkeer, onder andere door de aanleg van geluidschermen langs de N206 ter hoogte van de wijken Cleijn Duin en de Molenwijk. Voor de Molenwijk is begin 2026 een start gemaakt met de uitvoering van het projectplan en voor het scherm bij Cleijn Duin wordt een samenwerkingsovereenkomst met de provincie opgesteld waarvan de vaststelling door ons college deze zomer wordt voorzien.

De geluidsisolatie van de saneringswoningen langs de Sandtlaan wordt dit jaar afgerond.

In regionaal verband reageren we op de impact van de aanstaande luchtvaartherziening in 2030 op het vliegverkeer van en naar Schiphol en stemmen we de geluidmeetpunten af met de andere deelnemende gemeenten.

We werken aan het instrument basis geluidemissie die vanaf volgend jaar wordt geïmplementeerd. Met dit instrument uit de Omgevingswet, welke gekoppeld wordt aan het actieplan Geluid 2024 - 2029, legt de gemeente de hoeveelheid geluid van lokale wegen vast en monitort deze om te voorkomen dat de geluidsniveaus door wegverkeer autonoom blijft groeien. Dit vraagt vanaf 2027 waarschijnlijk structureel om extra inzet en hogere onderzoekskosten, die verder worden uitgewerkt en meegenomen in de volgende begroting.

Stikstof
Stikstof blijft een bepalende factor voor ruimtelijke ontwikkelingen en vergunningverlening in Katwijk. Hoewel Rijk en provincie werken aan maatregelen om vergunningverlening weer op gang te brengen, is de praktijk voor projecten voorlopig nog complex. Katwijk blijft daarom (eigen) projecten vroegtijdig toetsen, inzetten op emissiebeperking en waar nodig aanvullende maatregelen en een zorgvuldige onderbouwing toepassen. De laatste ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd en projecten ondersteund door stikstofadviseurs.

PFAS
PFAS is een milieuvreemde stof die voorkomt in de leefomgeving, het drinkwater en de voedselketen. De omvang van de verspreiding en de impact daarvan begint zich sinds enkele jaren te ontvouwen. Het dossier is complex, want er is op dit moment nog geen eenduidig normen- of handelingskader, terwijl sprake is van toenemende media-aandacht en bezorgdheid bij bewoners.
Op dit moment zet de gemeente actief in op het verbieden van PFAS. Dit doen we via de VNG, en vanuit de werkgroep PFAS van KIMO internationaal. Daarnaast hebben we een projectgroep opgericht specifiek voor de PFAS-verontreinigingen op voormalig vliegkamp Valkenburg. In deze werkgroep hebben het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Omgevingsdienst West-Holland zitting. Vanuit deze werkgroep monitoren we en begeleiden we RVB m.b.t. de sanering van PFAS in relatie tot de ontwikkeling van het gebied voor woningbouw.

Natuur- en Milieueducatie
Voor het stimuleren van natuur- en milieueducatie is in 2026 extra ingezet op de samenwerking met milieu- en natuurorganisaties en scholen. Scholen worden gevraagd actief mee te doen met deze opzet. De samenwerking met het Natuurcentrum en Naturalis is in februari formeel ondertekend.

Duurzaam Bouwen
In 2026 wordt de ambitie voor duurzaam bouwen verder uitgerold met extra aandacht voor circulariteit/materiaalgebruik en biodiversiteit. Bij grote bouwprojecten zoals Lilly Mondriaan en woningbouwlocatie Valkenhorst wordt dit in de intentieovereenkomst of als selectieleidraad opgenomen bij aanbestedinge.n

Natuurherstelverordening
Het Natuurherstelplan is het nationale instrument voor uitvoering van de Europese Natuurherstelverordening, met doelen voor 2030, 2040 en 2050, en is relevant voor het oppervlakte groen in de gemeente. Deze mag niet afnemen tot 2030 en moet daarna zelfs toenemen. Omdat de verordening sinds augustus 2024 rechtstreeks geldt en Nederland uiterlijk september 2026 een Nationaal Herstelplan moet vaststellen, moet de gemeente haar beleid vanaf 2026 voorbereiden op provinciale doorvertalingen en uitvoeringsafspraken. Katwijk neemt deel aan een landelijke werkgroep vanuit het VNG om mee te denken aan het Natuurherstelplan. Inmiddels heeft Katwijk al wel ingezet op de groenblauwe structuren, klimaatadaptatie en natuurinclusieve maatregelen.

Soorten Management Plan (SMP)
In 2026 wordt de SMP- vergunning ingediend en na goedkeuring in 2027 van kracht. Het SMP geeft de gemeente een instrument om wettelijke soortenbescherming te organiseren en tegelijk bouw-, renovatie- en verduurzamingsprojecten te versnellen. De gemeente wordt verantwoordelijk voor ecologisch onderzoek, planvorming, monitoring en de aanvraag van een gebiedsgerichte vergunning, terwijl inwoners en ontwikkelaars profiteren van een eenvoudiger en efficiënter proces waarbij in sommige gevallen mitigerende maatregelen toegepast dienen te worden. Onderzocht wordt of dit in de leges verrekend kan worden.

Energietransitie
De energietransitie is een van de grootste uitdagingen voor Nederland, ook op lokaal niveau. Wat begon als een sectorale opgave, is inmiddels uitgegroeid tot een breed, opgavegericht programma waarbij de hele gemeentelijke organisatie betrokken is. Energie raakt namelijk aan vrijwel alle ruimtelijke, economische en maatschappelijke ambities van de gemeente

De energietransitie in Katwijk gaat een nieuwe fase in. De afgelopen jaren is niet alleen een stevig fundament gelegd door interne beleidsvorming en het vaststellen van kaders; ook de uitvoering op het gebied van besparen en isoleren is succesvol op gang gekomen. Omdat de aanpak op besparen en isoleren inmiddels goed is verankerd en doorgezet kan worden , ontstaat er ruimte om de aandacht verder te verbreden op de andere thema's van energietransitie en netcongestie. We werken daarom aan het warmteprogramma en de benodigde infrastructuurplannen. Hiermee borgen we dat Katwijk klaarstaat om in te spelen op de toekomst. Daarnaast moeten we wendbaar zijn en inspelen op actuele ontwikkelingen zoals netcongestie en de gevolgen van de stijging van energieprijzen.

Energiearmoede en energiebesparing
We richten ons in eerste instantie op het besparen van energie en het bestrijden en voorkomen van energiearmoede. Met een Specifieke Uitkering (SpUk) Energiearmoede van het Rijk zijn we in 2023 al gestart met het ondersteunen van deze doelgroep. De looptijd van deze SpUk loopt door tot en met 2027. Het college onderzoekt nu hoe de middelen in een projectvorm besteed kunnen worden aan het bestrijden van energiearmoede.

In het energieprogramma Katwijk 2024-2027 is de ambitie overgenomen uit de Regionale Energiestrategie 1.0 (RES): 15% besparing op het energieverbruik ten opzichte van 2014. Door het inzetten van lokale en landelijke subsidies , leningen en regelingen stimuleren we inwoners om hun woning te isoleren en verduurzamen. We zien dat de isolatieaanpak een lange tijd nodig had om op gang te komen. Echter steeds meer bewoners zien het belang van isoleren, en vragen subsidie aan. Hierdoor is het noodzakelijk om de beschikbare subsidiemiddelen die tot en met 2028 waren begroot naar voren te halen. Voor deze financiële ontwikkelingen verwijzen we naar programma 8A Ruimte en Wonen.

Als gevolg van de actuele mondiale ontwikkelingen en daardoor stijging van energieprijzen is het mogelijk dat er actiever zal moeten worden ingezet op het voorkomen en bestrijden van energiearmoede en besparen en isoleren. Dit zal zowel om capaciteit als middelen gaan.

Duurzame warmte
De komende jaren zet de gemeente in op het beschikbaar krijgen van een mix van duurzame warmtebronnen. Om deze bronnen te ontwikkelen, is het nodig dat we in beeld brengen in welke buurten en wijken deze het beste kunnen worden ingezet. Deze bronnen zijn nodig om een stabiele, duurzame en toekomstbestendige energievoorziening te kunnen waarborgen, de betaalbaarheid te kunnen garanderen, de afhankelijkheid van het buitenland te kunnen verminderen en de klimaatdoelstellingen te halen.

In 2025 is een haalbaarheidsonderzoek naar collectieve warmte uitgevoerd. Dit onderzoek richtte zich met name op de technische uitvoerbaarheid en financiële haalbaarheid van collectieve warmte. Op basis van de uitkomsten moeten de gemeente samen stakeholders Dunavie en het Warmte Leidse Regio (WLR) vaststellen of zij voldoende perspectief zien en vertrouwen hebben om een volgende stap te zetten en de ontwikkelingsfase van een warmtenet te starten. Deze vervolgstap volgt een parallel proces ten opzichte van het opstellen van het Warmteprogramma.

Eind 2027 moeten het warmteprogramma zijn vastgesteld, als verplichting uit de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW). Dit programma is de opvolger van de Warmtevisie en een verplicht programma onder de omgevingswet. In het Warmteprogramma schetsen we onze plannen voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en concreter: de plannen die we daartoe de komende tien jaar gaan verwezenlijken. Naar verwachting leveren we het warmteprogramma voor het zomerreces van 2027 op.

In de samenwerking WLR hebben we de basis gelegd voor de latere oprichting van een Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf, samen met vijf andere gemeenten en EBN en Alliander. Dit warmtebedrijf wordt verantwoordelijk voor het aanleggen en exploiteren van warmtenetten in de gebouwde omgeving van Katwijk en de andere WLR-gemeenten. Begin 2026 is een samenwerkingsovereenkomst getekend, waarin aanvullende afspraken zijn gemaakt over de oprichting van en deelname aan dit warmtebedrijf. De daadwerkelijke oprichting vindt naar verwachting in 2027 plaats.

Ook bij gebiedsontwikkeling Valkenhorst (GOV) zetten we stappen om de wijk van duurzame warmte te voorzien. We zoeken daarbij onder andere ook naar samenhang met het warmteprogramma, de geldende kaders voor de regierol van de gemeente én de ontwikkelingen in de Leidse regio zoals hierboven beschreven (zie ook paragraaf gebiedsontwikkeling Valkenhorst (GOV)).

Afwikkeling aanbesteding warmtenet Kalkoven
Bij de aanbesteding voor een warmtenet in de wijk Hoornes heeft de gemeente Katwijk schade geleden. De winnende partij, InWarmte B.V., heeft zich na de gunning teruggetrokken, waardoor de realisatie van het warmtenet niet is doorgegaan. De gemeente heeft de geleden schade zorgvuldig in kaart gebracht en start via haar advocaat een traject met InWarmte B.V. om de schade in den minne te schikken. Mocht dit traject niet tot een bevredigende oplossing leiden, dan wordt een juridische procedure overwogen.

Grootschalige opwek
Naast energiebesparing zijn in de RES (Regionale Energiestrategie) en het Energieprogramma Katwijk ook doelen gesteld voor de (lokale) opwek van energie. De ruimte voor grootschalige energie opwek is echter zeer beperkt in Katwijk.

Duurzame mobiliteit
Ook duurzame mobiliteit is een van de hoofdthema’s in de RES en het energieprogramma. Voor de ontwikkelingen op dit taakveld verwijzen we naar programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat.

Toekomstig energiesysteem en netcongestie
Het energiesysteem verandert snel, ook in Katwijk en de regio. De groeiende vraag naar elektriciteit en warmte zorgt voor schaarste in de energie infrastructuur. Het elektriciteitsnet zit vol en netcongestie beïnvloedt vrijwel alle maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen. Dit blijft naar verwachting minimaal tien jaar een structurele uitdaging.

Netcongestie vertraagt de energietransitie en vraagt om een gezamenlijke inzet. Katwijk werkt samen met de netbeheerder aan de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Tegelijk neemt de druk op het net verder toe door toenemende elektrificatie; ook na de geplande uitbreidingen (vanaf 2032) blijft het risico op nieuwe congestie bestaan. Daarom zetten we in op alternatieven zoals aardwarmte, regionale warmtenetten, slim laden, energiehubs en lokale opwek met opslag.

In juli 2025 is de regionale Actieagenda Toekomstig Energiesysteem en Netcongestie vastgesteld. Deze agenda biedt een gezamenlijk kader om de uitdagingen van netcongestie en de ontwikkeling van een toekomstbestendig energiesysteem aan te pakken. Op dit moment werken wij samen met onze regionale partners aan de verdere uitwerking van deze agenda. Daarbij richten wij ons op het concretiseren maatregelen en het verkennen van oplossingen die bijdragen aan een robuust en betrouwbaar energiesysteem, met oog voor lokale en regionale belangen.

De actieagenda raakt meerdere beleidsterreinen en is verweven in de programma’s van de begroting. Door netcongestie en de groei van de energievraag wordt inzet op energie steeds meer een randvoorwaarde voor mobiliteit, woningbouw en economische en ruimtelijke opgaven. Dit vraagt lokaal én regionaal om goede coördinatie, communicatie en strategisch inzicht.

Een actuele ontwikkeling is het nieuwe ACM (Autoriteit Consument & Markt) prioriteringskader, dat bepaalt hoe netbeheerders schaarse netcapaciteit moeten verdelen. Dit vraagt om aanvullende inzet van gemeenten. Katwijk werkt momenteel aan de vertaling van dit kader naar lokale en regionale processen, zodat ruimtelijke en maatschappelijke prioriteiten beter kunnen worden meegenomen in besluitvorming over netaansluitingen. Dit onderstreept de urgentie, omdat de effecten van netcongestie en de energietransitie direct doorwerken op alle ruimtelijke ambities van onze gemeente; hierdoor zijn wij allen genoodzaakt onze belangen waar mogelijk tijdig veilig te stellen door proactief de noodzakelijke stappen te nemen en projecten tijdig aan te melden.

Landelijke ontwikkelingen rijksbeschikking capaciteit klimaat- en energie
Sinds 2023 ontvangen gemeenten Rijksmiddelen om met voldoende financiële armslag de uitvoering van de klimaat- en energiedoelstellingen ter hand te nemen, binnen de eerder bepaalde thema’s en gestelde financiële kaders. Deze rijksmiddelen zijn in juli 2025 door het ministerie van KGG toegezegd voor de periode tot en met 2030. In het huidige coalitieakkoord zijn ook middelen vrijgemaakt voor de periode 2031-2040.

Financiële mutaties

Toelichting financiële mutaties


Nummer Toelichting

24

Aanpak energiearmoede
De overgebleven middelen van 2025 worden ingezet in 2026. Het college onderzoekt hoe deze middelen in een projectvorm besteed kunnen worden aan het bestrijden van energiearmoede. Dekking is de Rijksbijdrage via de Spuk regeling energiearmoede.

25

Spuk CDOKE - overheveling saldo 2023-2025
Voor de jaren 2023-2025 zijn door het Rijk incidentele middelen beschikbaar gesteld (Spuk CDOKE). Deze mogen worden besteed tot en met 2027. Deze worden jaarlijks via de Sisa-regeling verantwoord. Het restant van de middelen uit 2023-2025 wordt in 2026 en 2027 besteed aan externe inzet en expertise ten behoeve van de netcongestie, en de warmte- en energietransitie volgens het energieprogramma 2024-2027.

26

Meekoppelkansen busbaan - dekking afschrijving investeringsbijdrage aan PZH
De afronding van het project voor de aanleg van de R-net busbaan wordt momenteel verwacht in 2027. In dit kader heeft de raad voor de zogenoemde meekoppelkansen, het realiseren van een geluidscherm en het versterken van de groenstructuur, een krediet van € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld (zaak 2787061) voor de investeringsbijdrage aan provincie Zuid-holland.
Voor de dekking van de afschrijvingslasten wordt de reserve afschrijvingen ingezet. De benodigde storting in deze reserve wordt gedekt vanuit de algemene reserve.

3

Afboeking stelpost CDOKE middelen tegen de gereserveerde algemene uitkering
Via de najaarsbestuursrapportage '24 en het raadsvoorstel over het energieprogramma 2024-2027 (zaaknr. Z3334643) zijn energiemiddelen beschikbaar gesteld. Dekking voor deze middelen waren de nog te verwachten rijksmiddelen die als stelpost op deelprogramma 7A zijn verwerkt. Deze rijksmiddelen voor '26 zijn in de septembercirculaire '25 verwerkt en toegevoegd aan de gereserveerde algemene uitkering. Via deze budgettair neutrale mutatie wordt de stelpost op deelprogramma 7A afgeboekt tegen de rijksmiddelen (zie ook deelprogramma 0B).


Toelichting Nieuw Beleid

Nummer Toelichting