Ontwikkelingen
Transitie Omgevingswet 2027-2031
De gemeente moet op 31 december 2031 alle ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet hebben afgerond. Deze verplichting is wettelijk vastgelegd. We werken hieraan in het kader van het Transitieplan dat in 2024 is opgesteld. Begin 2026 is de stand van zaken geëvalueerd. We hebben daarbij geconstateerd dat Katwijk al aardig op streek is, maar dat er ook nog veel moet gebeuren om de wettelijke deadline te halen. De ontwikkeling van het instrumentarium (met name programma's en omgevingsplan) en de bijbehorende werkprocessen vergen nog veel ontwikkeltijd en inzet van de organisatie tot en met 2031.
Tot en met 2026 hebben we financieel in een groot deel van de transitiekosten kunnen voorzien door de inzet van extra middelen van het Rijk. Deze tegemoetkoming is in 2025 gestopt en gemeenten worden vanaf 2026 geacht om zelf de volledige kosten van de verdere transitie te dragen. Dit is in de bestuursovereenkomst met het rijk zo afgesproken en diverse malen in de voortgangsberichten aangegeven. Landelijk worden de kosten die gemeenten in het nieuwe bestel maken door de VNG gemonitord, om in een later stadium mogelijk opnieuw het gesprek met het rijk over invoerings- en transitiekosten te kunnen voeren. Uit landelijk onderzoek is namelijk gebleken dat de invoeringsoperatie veel meer tijd en geld kost dan destijds werd voorzien en dat verwachte voordelen voor de gemeenten pas na zeer lange kunnen optreden en afhankelijk zijn van de te maken ontwerpkeuzes. Alle gemeenten worstelen hiermee.
Omgevingsvisie
Voor 2026 hebben we rekening gehouden met een beleidsmatige en technische aanpassing van de omgevingsvisie. Uit de voorbereidingen die we hebben getroffen (o.a. de foto van leefomgeving), blijkt echter dat er meer nodig is dan verwacht om de omgevingsvisie concreter, goed bruikbaar en toepasbaar te maken. Daar is aanvullend budget en meer tijd voor nodig. Dit wordt nader toegelicht in de startnotitie. De extra inzet kan niet binnen de beschikbare middelen van het Transitieplan worden gevonden. Na de start in Q3 van 2026 zal in 2027 het opstellen en participatie plaatsvinden. Voor 2027 wordt aanvullend budget gevraagd.
Beleidshuis en omgevingsprogramma’s
In 2026 moet het geraamte voor het beleidshuis afgebouwd worden. Sectoraal en gebiedsgericht beleid voor de fysieke leefomgeving moet ingepast moeten worden in de integrale beleidscyclus van de Omgevingswet. Naast de omgevingsvisie en het omgevingsplan moet een samenhangend stelsel van verplichte en vrijwillige programma's (thematisch en gebiedsgericht) worden gerealiseerd. Zo moeten we in 2026 en 2027 tenminste twee verplichte omgevingsprogramma’s opstellen en vaststellen (Volkshuisvesting en Warmte). Daarmee wordt een deel van het beleidshuis gevuld. Voor de jaren 2027 t/m/ 2031 vraagt dit ook om voortzetting van de regie op het programma-instrument.
Omgevingsplan
Bij de evaluatie is gebleken dat het omzetten van de huidige bestemmingsplannen naar het nieuwe Omgevingsplan arbeidsintensief is en meer specialistische inzet vraagt van adviesbureaus. Het deelplan Hoornes wordt uiteindelijk in 2026 vastgesteld en we zijn inmiddels gestart met het plandeel Bedrijventerreinen, maar door de uitloop is de planning krap. Om weer op lijn te komen vraagt dit in 2026 ook al om extra inzet van het adviesbureau. Zoals eerder aangegeven is voor het opstellen van het plandeel Bedrijventerreinen in 2026 aanvullend budget nodig. In de komende jaren zullen ook de omgevingsplandelen voor onder andere de woongebieden en het veegplan voor de verleende vergunningen de nodige energie vergen. Volgens planning moeten we twee deelplannen per jaar opleveren om voor de wettelijke deadline van 1 januari 2032 gereed te zijn met het volledige omgevingsplan. Wanneer we dat niet halen blijft de gemeente in gebreke bij het uitvoeren van een wettelijke taak. De inzet voor dit onderdeel moet daarom op peil blijven.
Toename vergunningaanvragen
Ook de procesbegeleiding op de intake- en omgevingstafel moet worden gecontinueerd. Uit de cijfers blijkt dat we meer aanvragen krijgen dan in de pré-Omgevingswet periode. Het aantal vragen is met 10% gestegen en deze stijging lijkt structureel. Deze (autonome) groei heeft consequenties voor de het proces van vergunningverlening (zie hiervoor onder 8.3). Naast het feit dat we nog steeds leren in dit proces is het dus per saldo drukker en vinden wekelijks bijvoorbeeld ook meer Omgevingstafels plaats. In 2026 worden de extra kosten nog opgevangen met een subsidie van de provincie.
Kosten Adviescommissie Omgevingskwaliteit
Sinds 2024 werken we met de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, bestaande uit vier leden onder leiding van de Stadsbouwmeester (Stichting Dorp Stad en Land). Ook deze advisering staat onder druk van het grotere aantal aanvragen en een grotere inzet van advisering. De totale advieskosten zijn daardoor hoger dan aanvankelijk geraamd. Hiervoor is het nodig om de begroting voor deze commissie voor 2026 op te hogen. We werken aan een nieuw kwaliteitskader (Nota Omgevingskwaliteit) waarbinnen ook onderzocht wordt of door toepassing van meer algemene kwaliteitsnormen de adviesnoodzaak minder kan worden. Ook onderzoeken we aanvullende mogelijkheden voor kostentoerekening in het kader van de leges.
Resumé
Het omgevingswetinstrumentarium is voor iedereen nieuw. We verwachten dat we gaandeweg steeds meer inzicht krijgen in wat het nieuwe wettelijke instrumentarium van ons en onze partners vraagt en hoe we op de langere termijn de kosten kunnen beheersen. De inzet tot 31 december 2031 moet op het huidige peil blijven om aan onze de verplichtingen in het kader van de Omgevingswet te kunnen voldoen. Concreet gaat het om de kosten voor projectleider omgevingsplan, planjurist, procesbegeleiding van de omgevingstafel, regie omgevingsprogramma's, Adviescommissie Omgevingskwaliteit en aanvullend budget voor advieskosten omgevingsplan en omgevingsvisie.
Rijnsburg Noord
De Gebiedsvisie Rijnsburg Noord wordt voor de zomer afgerond en vervolgens ter inzage gelegd. Na de terinzagelegging kan de gebiedsvisie naar verwachting dit najaar aan de raad worden aangeboden voor vaststelling. Als uitwerking en ter uitvoering van de Gebiedsvisie zal een gebiedsprogramma worden opgesteld, in lijn met de beleidscyclus volgens de Omgevingswet. In dit gebiedsprogramma stellen we op basis van de vastgestelde gebiedsvisie de programmadoelen op, en brengen we deze tot realisatie.
Gebiedsvisies
In 2026 wordt de gebiedsvisie Rijnmonding afgerond met participatie en besluitvorming. Het opstellen van de visie op de Duinvallei is vertraagd en wordt hervat.
Volkshuisvestingsprogramma en Wet versterking regie
Met de verwachte invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting worden gemeenten verplicht een Volkshuisvestingsprogramma op te stellen, een verplicht programma onder de Omgevingswet, dat de bestaande Woonagenda 2024 moet vervangen. Voor de incidentele en structurele werkzaamheden die voor gemeente uit de wet volgen heeft het Rijk € 126.000 beschikbaar gesteld. In 2026 zal met een separaat raadsvoorstel worden voorgesteld middelen te benutten voor het opstellen van het Volkshuisvestingsprogramma.
Actieplan Wonen, Zorg en Welzijn
De gemeenteraad heeft in 2024 het Actieplan Wonen, zorg en welzijn vastgesteld. De uitvoering is voortvarend samen met onze partners op zorg en welzijn en corporatie opgepakt. De volledige uitvoering van de geplande activiteiten in 2026 is afhankelijk van de verlening van een verlengde SPUK Dos (Specifieke Uitkering domeinoverstijgend samenwerken) 2026 via het zorgkantoor van het Rijk. Mocht de gemeente geen middelen vanuit het Rijk ontvangen, dan zal separaat een voorstel aan de raad worden gedaan voor een uitvoeringsbudget.
Huisvestingsverordening
In 2026 wordt een geactualiseerde huisvestingsverordening aan de gemeenteraad voorgelegd. De in 2025 ingezette acties ten aanzien van toezicht en handhaving op de huisvestingsverordening zullen worden voortgezet. Een aandachtspunt is dat in 2026 het budget is gehalveerd en er € 46.000 beschikbaar is. Dit betekent toezicht en handhaving slechts beperkt wordt
gehandhaafd.
Om op alle onderdelen van de Huisvestingsverordening in te zetten, is een jaarlijks budget van € 86.000 noodzakelijk.
Lokale toewijzing en verhuurvergunningen
In de regionale Huisvestingsverordening Holland Rijnland is het verplicht gesteld om ook de sociale huurwoningen van particuliere verhuurders via het woonruimteverdeelsysteem toe te wijzen. Er geldt hiervoor een vergunningplicht en de vergunningverlening is een taak van de gemeente. In 2026 wordt verwacht dat de eerste sociale huurwoningen van particuliere ontwikkelaars in het systeem worden gebracht. Hiervoor is echter geen uitvoeringscapaciteit geraamd. Ook wordt bij de actualisatie van de huisvestingsverordening gemeente Katwijk een voorstel gedaan voor het invoeren van voorrangsregels voor nieuwbouw betaalbare koopwoningen. Wanneer de gemeenteraad besluit deze voorrangsregels in te gaan voeren vraagt dit ook uitvoeringscapaciteit. Voor de toewijzing en vergunningverlening van sociale huur- en betaalbare koopwoningen zal extra uitvoeringscapaciteit van circa € 60.000 benodigd zijn.
Startersleningen
Het aantal aanvragen voor starters- en duurzaamheidsleningen is de afgelopen jaren fors toegenomen en begin 2025 zijn daarom extra middelen ter grootte van 3 miljoen beschikbaar gesteld. Naar verwachting zijn de beschikbare middelen in de loop van dit jaar niet meer toereikend. Om koopstarters te kunnen blijven ondersteunen bij de aankoop van eerste koopwoning zijn aanvullende middelen noodzakelijk en zal de gemeenteraad een voorstel voor continuering van de regeling worden voorgelegd.
Duurzaamheidsleningen, lokale en landelijke isolatiesubsidies
Door het inzetten van lokale (Katwijks Isolatie Fonds, KIF) en landelijke (Investeringssubsidie Duurzame Energie, ISDE en Lokale aanpak Isolatie, LAI) subsidies , leningen en regelingen stimuleren we zoveel mogelijk inwoners om hun woning te isoleren en verduurzamen. We zien dat de isolatieaanpak een lange tijd nodig had om op gang te komen. Echter steeds meer bewoners zien het belang van isoleren, en vragen subsidie aan. Hierdoor is het noodzakelijk om de beschikbare subsidiemiddelen KIF en LAI die tot en met 2028 waren begroot naar voren te halen.
Voor de SpuK LAI heeft Katwijk middelen ontvangen van RVO om woningen te isoleren. Er is een inschatting gemaakt van het aantal te isoleren woningen op basis van het maximaal te versterken subsidiebedrag. Echter het gemiddelde uitgekeerde subsidie per woning is lager waardoor er een restantbedrag ontstaat. Het RVO heeft bevestigd dat resterende middelen ingezet mogen worden om meer woningen te isoleren onder dezelfde voorwaarden.
Realisatiestimulans
Het Rijk stelt vanaf dit 2026 voor een periode van 5 jaar middelen beschikbaar voor elke betaalbare woning waarvan de bouw is gestart. Eind 2026 zal het Rijk een bedrag van € 1.617.000 overmaken op basis van de 235 betaalbare woningen waarvan de bouw in 2025 is gestart. Met een separaat voorstel zal de raad voorgesteld worden de middelen te bestemmen.
Begroting 2027
Voor de uitvoering van de regionale en lokale huisvestingsverordening zijn ook vanaf 2027 extra middelen nodig. Daarnaast is de vraag of voor de uitvoering van de wettelijke taken op grond van de Wet Goed Verhuurderschap en Wet Betaalbare huur de door het Rijk beschikbare middelen voldoende zijn en op welke wijze de uitvoering georganiseerd moet worden. Onderzocht moet worden of de uitvoeringstaken van de huisvestingsverordening en de nieuwe wettelijke taken (waaronder toezicht en handhaving) mogelijk belegd kunnen worden bij de uitvoeringsorganisatie die ook belast is met het toezicht en handhaving op de huisvestingsverordening.
De uitvoering van de maatregelen uit het Actieplan Wonen, Zorg en Welzijn wordt gecontinueerd in 2027. De belangrijkste acties die doorlopen zijn de ontwikkeling van woonzorgzones en geclusterd wonen voor kwetsbare inwoners zoals het concept 'wonen met een plus'. Gedurende 2026 zal duidelijk worden voor de uitvoering gebruik gemaakt van specifieke uitkeringen vanuit het Rijk. Wanneer dit niet of slechts gedeeltelijk mogelijk is zal bij het opstellen van de begroting 2027 een voorstel voor dekking van de maatregelen betrokken worden.
Eind 2026 loopt de termijn voor de zogenoemde initiatievenpot af. Dit is een budget dat wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en opstarten van projecten , maar waarvoor het nog niet mogelijk is om de kosten te verhalen op de initiatiefnemer. Het is de wens om ook vanaf 2027 de initiatievenpot te continueren . Het budget is een belangrijk hulpmiddel bij de versnelling van de initiatief- en definitiefase om zachte initiatieven richting een gemeentelijk projectmatige aanpak en concrete toetsbare ontwerpen te begeleiden.
Financiële mutaties
Toelichting financiële mutaties
| Nummer | Toelichting |
|
|---|---|---|
|
28 |
Mient Kooltuin - grondtransactie t.b.v. realisatie volkstuinvereniging
|
|
|
29 |
Katwijks Isolatiefonds (KIF) - verrekening saldo 2025
|
|
|
30 |
Katwijks Isolatiefonds (KIF) - budgetherverdeling naar 2026
|
|
|
31 |
Lokale aanpak isolatie (LAI) - overheveling saldo 2025
|
|
|
32 |
Soorten Management Plan (SMP)
|
|
|
33 |
Advieskosten omgevingsplan
|
|
|
34 |
Mient Kooltuin - tijdelijke huisvesting aandachtsgroepen
|
|
|
35 |
Bijstellen begroting plankostenvergoeding 2026 Conform de afspraken met de projectontwikkelaar wordt de raming van de plankostenvergoeding voor de gemeente Katwijk in de begroting bijgesteld. De hiermee gemoeide lasten worden volledig gedekt door bijdragen van de ontwikkelaar, waardoor sprake is van een budgettair neutrale mutatie. |
|
|
36 |
Lokale aanpak isolatie (LAI) - budgetherverdeling naar 2026
|
|
|
37 |
Realisatiestimulans Onderdeel van het woningbouwproject Nieuw Rijnvaert in Rijnsburg is de realisatie van een complex met 33 sociale huurwoningen. De gesprekken tussen ontwikkelaar en Dunavie over prijsvorming en programma van eisen van de sociale huurwoningen zijn vastgelopen, reden waarom Dunavie de gemeente gevraagd heeft een bemiddelende rol te spelen. Vanuit de gemeente wordt een bijdrage toegezegd vanuit de middelen die ontvangen zijn vanuit de Tijdelijke Regeling Realisatiestimulans van het Rijk. Het betreft een bijdrage van maximaal € 231.000, gebaseerd op de criteria vanuit het Rijk om € 7.000 per betaalbare woning uit te keren. De bijdrage zorgt voor een gegarandeerde realisatie van de 33 sociale huurwoningen en daarmee voor een belangrijke bijdrage aan het inlopen van het tekort aan met name betaalbare woningen. We hebben dan ook de verplichting de woningen daadwerkelijk te realiseren. |
|
|
38 |
Project Zuideinde
|
|
Toelichting Nieuw Beleid
| Nummer | Toelichting |
|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|