Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarstukken 2024 Jaarrekening 2024

Weerstandsvermogen

Weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit in de financiële positie staat tegenover het risicoprofiel van de gemeente. De weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en mogelijkheden om onverwachte, niet begrote kosten te dekken.

De weerstandscapaciteit om de risico’s af te dekken bestaat in eerste instantie uit de algemene reserve.
De reserve grondexploitatie is de eerst aangewezen buffer om de risico’s in de grondexploitatie op te vangen. De reserve sociaal domein heeft met de actualisatie van de Nota reserves en voorzieningen geen bufferfunctie meer. Alleen de reserve grondexploitatie wordt meegeteld als onderdeel van het totale beschikbare weerstandsvermogen.
Het uitgangspunt is dat de reserve grondexploitatie als achtervang dient voor de algemene reserve, mocht hier door omstandigheden een tekort in ontstaan.

Tabel 4: Beschikbare weerstandscapaciteit

Weerstand

Incidenteel beschikbaar

Structureel beschikbaar

Op termijn beschikbaar

Algemene reserve na resultaatbestemming

€ 39,5 mln.



Reserve grondexploitatie

€ 2,3 mln.



Stille reserve in de waardering gronden



€ 2,0 mln.*





Post onvoorzien in de begroting


€ 0,07 mln.


Onbenutte belastingcapaciteit


€ 4,25 mln.






Stille reserve vastgoed



€ 3,5 mln.*





Totaal beschikbaar

€ 41,8 mln.*

€ 4,32 mln.

€ 5,5 mln.

* Resultaat voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit:
de som van € 41,8 mln. en € 5,5 mln.: € 47,3 mln.

De stille reserves
In het vastgoed en het grondbezit van de gemeente zit een stille reserve besloten. Deze stille reserves vormen een onderdeel van de berekening van het weerstandsvermogen. Dit is op grond van regelgeving ook toegestaan. Het gaat hier om vermogen wat beschikbaar kan komen na verkoop van strategisch grondbezit of verkoop van panden genoemd op de lijst met te verkopen vastgoed.
De stille reserve op het vastgoed is benaderd door de geschatte opbrengst te verminderen met de bestaande boekwaarde (en evt. kosten).
De globale inschatting van de totale stille reserve op het vastgoed bedraagt met deze uitgangspunten ruim € 7 mln. In de weerstandscapaciteit wordt, vanwege een beperking op de directe beschikbaarheid, een bedrag van € 3,5 mln. betrokken. De stille reserve als gevolg van de waardering van gronden is ontstaan door mogelijke ontwikkelcapaciteit van in bezit zijnde (strategische) gronden.

Structurele weerstandscapaciteit
Met de huidige ontwikkelingen en de taakopgave van de gemeente is een structurele weerstandscapaciteit steeds belangrijker. Het huidige beeld laat nog steeds zien dat ook een structurele weerstandscapaciteit beschikbaar is (€ 4,32 mln.).

Het weerstandsvermogen
De gemeente beschikt over voldoende weerstandsvermogen als risico’s kunnen worden opgevangen met de aanwezige weerstandscapaciteit. De verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de waarschijnlijke risico-omvang (in €’s) is gedefinieerd als de ratio voor het weerstandsvermogen. Dat is een belangrijke graadmeter.

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortkomt, wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen van de gemeente op totaalniveau.

          Beschikbare weerstandscapaciteit (tabel 4)   = € 47,3 = 2,11
Ratio weerstandsvermogen =
                                                              Benodigde weerstandscapaciteit (tabel 3)       € 22,4

Opbouw ratio


Bruto risico

Weerstand nodig

Reserve

Ratio

Algemeen

€ 62,150 mln.

€ 21,600 mln.

€ 45,000 mln.

2,08

Grondexploitatie

€ 3,900 mln.

€ 0,800 mln.

€ 2,300 mln.

2,88

Totaal

€ 66,050 mln.

€ 22,400 mln.

€ 47,3 mln.

2,11


Het weerstandsvermogen van Katwijk is op dit moment met een ratio van 2,11 uitstekend. Met dit weerstandsvermogen is de gemeente in staat eventuele tegenvallers op te vangen.
Als de stille reserves en de reserve grondexploitatie buiten beschouwing worden gelaten, dan leidt dit tot een ratio van 1,76 (€ 39,5 / € 22,4). Deze ratio van 1,76 geeft aan dat met alleen de algemene reserve als dekking, het weerstandsvermogen van de gemeente in dat geval ‘ruim voldoende’ is. In 2025 volgt nog een onttrekking aan de algemene reserve van € 9 miljoen in verband met de vorming van het woonfonds. Dat zal in 2025 een neerwaarts effect hebben op de ratio van het weerstandsvermogen.

Ten opzichte van de programmabegroting 2025 laat de ratio een licht stijgende trend zien. Daarbij past nog een belangrijke kanttekening: de algemene risico’s van de gemeente zijn iets minder sterk afgedekt (2,08) dan binnen het grondbedrijf (2,88). Gezien de ratio ten aanzien van het grondbedrijf zou de inzet van de reserve grondexploitatie wellicht breder bezien kunnen worden (projecten breed) vanzelfsprekend rekening houdend met toekomstige ontwikkelingen. De vorming van het woonfonds ad € 9,0 miljoen (besluit in februari 2025) gaat ook nog effect hebben op de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio weerstandsvermogen.
Met de dalende reservepositie in het meerjarenperspectief, de forse investeringsambitie en de onzekerheden in de publieke sector van dit moment (naderend ravijnjaar), blijft de weerstandspositie van de gemeente een punt van aandacht. Het is daarom van belang belangrijke ontwikkelingen en het effect daarvan op de weerstandsratio te monitoren. In de voorjaarsnota 2025 zal opnieuw worden bezien of de vermogenspositie voldoende is.

Tot slot moet een duurzame en flexibele meerjarenbegroting de structureel benodigde weerstandscapaciteit van risico’s ad € 4,32 mln. (tabel 2) afdekken. De structureel sluitende begroting 2025 en de tussentijdse voorjaarsnota (moment van monitoring) voorzien daar op dit moment in.