Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarrekening 2025 Jaarrekening 2025

Weerstandsvermogen

De weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit in de financiële positie van de gemeente is beschikbaar en staat tegenover het risicoprofiel. Die aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en mogelijkheden om onverwachte, niet begrote kosten te dekken.

De weerstandscapaciteit om de risico’s af te dekken bestaat in eerste instantie uit de algemene reserve.

De reserve grondexploitatie is de eerst aangewezen buffer om de risico’s in de grondexploitatie op te vangen. De reserve sociaal domein heeft met de actualisatie van de Nota reserves en voorzieningen geen bufferfunctie meer. Alleen de reserve grondexploitatie wordt meegeteld als onderdeel van het totale beschikbare weerstandsvermogen. Het uitgangspunt is dat de reserve grondexploitatie als achtervang dient voor de algemene reserve, mocht hier door omstandigheden een tekort in ontstaan.

Tabel 4: Beschikbare weerstandscapaciteit

Weerstand Incidenteel beschikbaar Structureel beschikbaar Op termijn beschikbaar

Algemene reserve na resultaatbestemming

€ 33,6 miljoen



Reserve grondexploitatie

€ 2,0 miljoen



Stille reserve in de waardering gronden



€ 2,0 miljoen





Post onvoorzien in de begroting


€ 0,07 miljoen


Onbenutte belastingcapaciteit


€ 4,25 miljoen






Stille reserve vastgoed



€ 3,5 miljoen





Totaal beschikbaar

€ 35,6 miljoen*

€ 4,32 miljoen

€ 5,5 miljoen*

* Resultaat voor de berekening van de incidentele weerstandscapaciteit:
de som van € 35,6 mln. en € 5,5 mln.: € 41,1 mln.

De stille reserves
In het vastgoed en het grondbezit van de gemeente zit een stille reserve besloten. Deze stille reserves vormen een onderdeel van de berekening van het weerstandsvermogen. Dit is op grond van regelgeving ook toegestaan. Het gaat hier om vermogen wat beschikbaar kan komen na verkoop van strategisch grondbezit of verkoop van panden genoemd op de lijst met te verkopen vastgoed.

De stille reserve op het vastgoed is benaderd door de geschatte opbrengst te verminderen met de bestaande boekwaarde (en evt. kosten). De globale inschatting van de totale stille reserve op het vastgoed bedraagt ruim € 7 mln. In de weerstandscapaciteit wordt, vanwege een beperking op de directe beschikbaarheid, een bedrag van € 3,5 mln. betrokken.

Structurele weerstandscapaciteit
Met de huidige ontwikkelingen en de taakopgave van de gemeente is een structurele weerstandscapaciteit steeds belangrijker. Het huidige beeld laat nog steeds zien dat ook een structurele weerstandscapaciteit beschikbaar is (€ 4,32 mln.).

Het weerstandsvermogen
De gemeente beschikt over voldoende weerstandsvermogen als de risico’s kunnen worden opgevangen met de aanwezige weerstandscapaciteit. De verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de meest waarschijnlijke risico-omvang (in €’s) is de ratio voor het weerstandsvermogen. Dat is, naast de kengetallen van de provincie, een belangrijke graadmeter voor de robuustheid van de gemeente.

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortkomt, wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen van de gemeente op totaalniveau.

Ratio weerstandsvermogen =Beschikbare weerstandscapaciteit (tabel 4) = € 41,1 = 1,76

                                                              Benodigde weerstandscapaciteit (tabel 3)     € 23,3

Opbouw ratio


Bruto risico Weerstand nodig Reserve Ratio

Algemeen

€ 67,650 mln.

€23,100 mln.

€ 39,100 mln.

1,69

Grondexploitatie

   €  3,325 mln.

    €      0,200 mln.

  €   2,000 mln.

10,00

Totaal

€ 70,975 mln.

€23,300 mln.

€ 41,1 mln.

1,76


Het weerstandsvermogen van Katwijk is op dit moment met een ratio van 1,76 ruim voldoende. Met dit weerstandsvermogen is de gemeente in staat eventuele tegenvallers op te vangen. Als de stille reserves en de reserve grondexploitatie buiten beschouwing worden gelaten, dan is de ratio van 1,44 (€ 33,6 / € 23,3). Deze ratio van 1,44 geeft aan dat met alleen de algemene reserve het weerstandsvermogen van de gemeente ‘ruim voldoende’ is. In 2025 is een onttrekking aan de algemene reserve van € 9 miljoen gedaan in verband met de vorming van het woonfonds.

Ten opzichte van de programmabegroting 2026 laat de ratio een licht stijgende trend zien. Daarbij past nog een belangrijke kanttekening: de algemene risico’s van de gemeente zijn minder sterk afgedekt (1,69) dan binnen het grondbedrijf (10,00). Gezien de ratio ten aanzien van het grondbedrijf zou de inzet van de reserve grondexploitatie wellicht breder bezien kunnen worden (projecten breed) vanzelfsprekend rekening houdend met toekomstige ontwikkelingen. Katwijk kent een stabiele reservepositie in het meerjarenperspectief. Tegelijk bestaat een forse investeringsambitie en de onzekerheden in de publieke sector (ravijnjaar 2028) zijn niet verminderd. Het blijft daarom van belang om belangrijke ontwikkelingen en het effect daarvan op de weerstandsratio te monitoren. De voorjaarsnota 2026 is het volgende moment om te bezien met welke belangrijke ontwikkelingen Katwijk te maken krijgt.

Tot slot moet een duurzame en flexibele meerjarenbegroting de structureel benodigde weerstandscapaciteit van de risico’s ad € 4,32 mln. (tabel 2) afdekken. De structureel sluitende (meerjaren)begroting 2026 en de tussentijdse voorjaarsnota voorzien daar op dit moment in.