AI
De eerste stappen zijn gezet in de uitvoering van de AI Act door binnen de organisatie te experimenteren met AI‑toepassingen op een gecontroleerde en verantwoorde manier. Er zijn functionele experimenten uitgevoerd aan de hand van concrete use‑cases om te verkennen waar AI procesverbetering kan ondersteunen. Daarbij is specifiek gekeken naar de risico’s en beveiligingsaspecten van Microsoft Copilot, inclusief de punten die door het Strategisch LeveranciersManagement (SLM) als hoog risico zijn aangemerkt. Microsoft heeft meerdere technische en inhoudelijke sessies verzorgd om de organisatie te informeren over de werking, risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen.
Daarnaast zijn de eerste richtlijnen opgesteld voor het gebruik van AI, zodat medewerkers weten wanneer en hoe AI op een veilige, transparante en rechtmatige manier kan worden toegepast. Er zijn inspiratiesessies georganiseerd voor verschillende clusters om de bewustwording te vergroten en om inzicht te geven in wat AI‑ontwikkelingen betekenen voor het dagelijkse werk.
Verder is een begin gemaakt met het opstellen van beleid voor verantwoord AI‑gebruik en met de ontwikkeling van AI‑geletterdheid voor de gehele organisatie. Tot slot is een externe evaluatie uitgevoerd naar het gebruik, de risico’s en de effecten van AI binnen de pilotgroep. Deze inzichten vormen de basis voor de verdere implementatie van AI‑wetgeving en verdere beleidsvorming.
Ter ondersteuning van AI‑wetgeving is geïnvesteerd in privacy, informatiebeveiliging en datakwaliteit. In 2025 is gewerkt aan de implementatie van BIO 2.0, de voorbereiding op NIS2 en de verdere ontwikkeling van datakwaliteit en dataclassificatie. Hiermee is in 2025 een stevig fundament gelegd voor een veilige, rechtmatige en toekomstbestendige inzet van AI binnen de organisatie.
Organisatie en processen
In 2025 zijn stappen gezet om het cluster I&A verder te ontwikkelen. De Agile werkwijze wordt uitgebouwd naar meer zelfsturende teams. Dit versnelt de reactietijd op vragen van de stakeholders. De eerste resultaten waren zichtbaar en positief. Deze ontwikkeling zet zich voort in 2026. Op basis van de opgedane ervaringen binnen de teams wordt gericht gekozen voor toepassing waar dit aantoonbaar waarde toegevoegd.
In 2025 is de transitie van traditioneel ICT‑beheer naar (cloud)regievoering verder doorgevoerd. Dit vroeg om nieuwe vaardigheden. Met steun uit het programma organisatieontwikkeling worden de eerste stappen gezet om deze vaardigheden te ontwikkelingen/te versterken. Door capaciteitsproblemen zijn deze ontwikkelingen iets achtergebleven dan verwacht.
Software
Het testen en gebruiken van functionaliteiten op het Microsoft-platform is verder uitgebreid, waar dit passend en efficiënt is. Hierbij wordt steeds een bewuste afweging gemaakt tussen zelf ontwikkelen en het uitvragen in de markt. Aspecten als kosten, flexibiliteit, beheersbaarheid en toekomstbestendigheid worden hierin meegewogen. Deze aanpak draagt bij aan een wendbare en toekomstgerichte informatievoorziening. Daarnaast is onderzocht én heeft continu de aandacht om applicaties met dubbele functionaliteiten zoveel mogelijk samen te voegen. Hierdoor wordt het applicatielandschap kleiner en beter te beheren.
Data(gedreven) werken
In 2025 is invulling gegeven aan de ambitie om datagedreven werken verder te ontwikkelen binnen de organisatie. De Datafabriek heeft hierin een centrale rol vervuld door het ontwikkelen en doorontwikkelen van informatieproducten en het versterken van de onderliggende data-infrastructuur.
Ten opzichte van 2024 is een duidelijke vervolgstap gezet. Waar eerder de nadruk lag op het realiseren van een solide basis in de data-infrastructuur en het ontwikkelen van eerste toepassingen, is in 2025 ingezet op verbreding en intensiever gebruik binnen de organisatie. In meerdere domeinen zijn dashboards, analyses en geografische toepassingen doorontwikkeld en actiever benut ter ondersteuning van beleidsvorming en operationele sturing. Hiermee is de informatiepositie van de organisatie verder versterkt.
Daarnaast is gewerkt aan het verder verbeteren van de randvoorwaarden voor datagedreven werken. Het ontsluiten en hergebruiken van data is verder ontwikkeld en er zijn stappen gezet in het versterken van datakwaliteit en het werken met eenduidige definities. Dit draagt bij aan een consistente en betrouwbare informatievoorziening.
Techniek
Er is voor de NAVO top een SIEM/SOC oplossing geïmplementeerd. Dit voorziet in een systeem voor het monitoren van verdacht netwerkverkeer (SIEM) en het opvolgen van meldingen/alerts uit dit systeem (SOC). Hiermee wordt getracht om snel en adequaat te reageren op mogelijke digitale aanvallen en beveiligingsrisico’s te elimineren.
De afhankelijkheid van Microsoft en grote Amerikaanse leveranciers is een actueel aandachtspunt. Katwijk volgt hierin de VNG en landelijke/mondiale ontwikkelingen nauwkeurig.