Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting 2026 Begroting 2026

Kaders en beleid

Rijksbeleid
Algemeen uitgangspunt is dat de gemeente geen eigen inkomenspolitiek voert. Artikel 216 van de Gemeentewet bepaalt dat de raad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting. Hiervoor wordt een belastingverordening vastgesteld. De gemeentelijke belastingheffing is gebaseerd op de artikelen 220 tot en met 229 van de Gemeentewet. De heffingen/rechten mogen niet meer opbrengen dan de kosten die de gemeente maakt (maximaal 100% kostendekking). Er zijn landelijke richtlijnen die aangeven welke kosten daarin mogen worden meegenomen.

Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR)
Met ingang van 1 januari 2013 heeft Katwijk de werkzaamheden rond de heffing en invordering van de OZB, belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (BRWB), parkeerbelasting (naheffingsaanslagen), hondenbelasting, precariobelasting, toeristenbelasting, marktgelden weekmarkt, havengelden, begraafrechten, afvalstoffenheffing en rioolheffing overgedragen aan de Belasting Samenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR). In 2022 is ook de bijdrage voor de BIZ belegd bij de BSGR. BSGR voert ook de taken uit die voortvloeien uit de Wet waardering onroerende zaken (WOZ).

Gemeentelijk beleid

Uitgangspunten tarieven
In deze begroting houden we rekening met een inflatiecorrectie van 2,25% voor de belastingtarieven 2026. Dit is conform de uitgangspunten uit de Voorjaarsnota 2025 die aan de raad zijn voorgelegd. Het tarief van de rioolheffing wordt in 2026 verhoogd met 5,0 %. Dit komt door de stijgende lasten die het integrale waterketen plan en de ontwikkeling van de egalisatievoorziening met zich meebrengen. In de concept-meerjarenbegroting 2026-2029 houden we voor jaarschijf 2026 rekening met een daling van de kapitaallasten en een hogere bijdrage aan het Vuilafvoerbedrijf Duin- en Bollenstreek (VAB). Dit is het gevolg van de voorgestelde nieuwbouw van de overslagvoorziening in Voorhout.
Beide ontwikkelingen maken dat we vooralsnog rekening houden met een boventrendmatige verhoging van 2%, naast de reguliere inflatiestijging van 2,25% uit de Voorjaarsnota 2025. De invoering van het afvalinzamelingssysteem Diftar per 1 januari 2025 heeft tot gevolg dat er in 2025 geen variabele heffing is opgelegd. Dat kwam doordat een heffingsgrondslag voor de variabele heffing ontbrak. In 2026 zal de variabele heffing plaatsvinden op basis van het aantal aanbiedingen van restafval in 2025. Het tarief voor de variabele heffing is daarbij niet verhoogd ten opzichte van 2025. De in deze paragraaf opgenomen tarieven worden definitief bepaald via de belastingverordening Afvalstoffenheffing 2026. Elk jaar leggen we de tarieven voor de belastingen voor het komende jaar voor aan de gemeenteraad. De definitieve vaststelling gebeurt via een afzonderlijk voorstel in een raadsvergadering in december 2025. Uitgangspunt blijven de tarieven zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2025, tenzij er ontwikkelingen plaatsvinden waardoor deze niet meer kostendekkend zijn. Dan worden de tarieven bijgesteld.

Kostentoerekening overhead aan rechten
Tot en met de begroting 2016 werd de overhead als een opslag op het uurtarief toegerekend aan alle producten van de begroting. Sinds 2017 is dat niet meer toegestaan. De overhead wordt nu boekhoudkundig toegerekend aan een nieuw taakveld Overhead. Toegestaan is wel om overhead extracomptabel aan de heffingen toe te rekenen. Wij hebben ervoor gekozen om de overhead via de personeelslasten toe te rekenen. De rechtvaardiging voor deze systematiek is dat de overheadkosten een causaal verband hebben met de personele inzet. Bij toerekening aan de hand van de omvang van het taakveld is het causaal verband niet aanwezig. Voordeel van deze systematiek is ook de eenvoud. Voor 2026 komt de toerekening van de overhead aan de heffingen neer op een opslagpercentage van 63,8% (peildatum 1 augustus 2025).