Het kader voor het grondbeleid wordt gevormd door:
- landelijke wet- en regelgeving;
- gemeentelijk beleid.
We lichten beide hieronder toe.
1.Landelijke wet- en regelgeving
Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
- Het BBV is de belangrijkste richtlijn voor de financieel-administratieve verantwoording van het gemeentelijke grondbeleid. Daarnaast heeft de commissie BBV nadere richtlijnen uitgegeven. Het BBV en de nadere richtlijnen geven onder andere aanwijzingen voor:
-
- de onderwerpen die in de paragraaf Grondbeleid moeten worden opgenomen (artikel 16 BBV);
- de classificatie van grondposities op de balans:
- De gemeentelijke grondexploitaties worden als Bouwgronden In Exploitatie (BIE) onder de Voorraden verantwoord. Ook de overige grondposities die als potentiële ontwikkellocatie worden aangehouden of als ruilgrond dienst kunnen doen, staan onder Voorraden op de balans.
- Overige grondposities worden verantwoord onder Materiële Vaste Activa (mva);
- bijdragen op grond van anterieure overeenkomsten, gesloten onder facilitair grondbeleid, dienen als vorderingen dan wel vooruitbetalingen te worden verantwoord.
- rentetoerekening aan grondexploitaties. Vanaf begrotingsjaar 2025 wordt niet langer een aparte rentetoerekening voor de grondexploitaties gehanteerd, maar wordt aangesloten bij de reguliere renteomslag die voor de diverse taakvelden wordt gehanteerd;
- tussentijdse winstnemingen. Bij een verwacht positief resultaat moet jaarlijks een deel van deze winst genomen worden; dit naar rato van de voortgang van het project en de realisatie van de grondverkopen;
- verliesexploitaties. Als op een project een verlies wordt voorzien, dan moet direct een maatregel worden genomen om dit verlies op te vangen;
- het openen en sluiten van een grondexploitatie, wat bevoegdheden zijn van de gemeenteraad.
De Vennootschapsbelasting (VPB)
- De gemeentelijke ondernemersactiviteiten vallen onder de vennootschapsbelasting. Waar het gaat om het vervaardigen van bouwrijpe kavels voor bebouwing wordt dit als ondernemersactiviteit beschouwd van het gemeentelijk grondbedrijf. Katwijk heeft in het verleden aanzienlijk afgeboekt op de grondvoorraden. De jaarlijkse analyse van de grondexploitaties laat zien dat er door deze historische afboekingen geen sprake is van winst. En zolang er geen sprake is van winst is er geen vennootschapsbelasting verschuldigd. Het aandeel oude projecten met historische afboekingen loopt af.
2.Gemeentelijk beleid
- In 2025 is de gemeentelijke nota grondbeleid geactualiseerd. In deze nota staat:
- dat de gemeente primair uitgaat van actief grondbeleid. Afhankelijk van grondeigendom, risico's etc. kan gekozen worden voor een meer faciliterend grondbeleid;
- wat de kaders zijn voor strategische aankopen;
- het grondprijzenbeleid; voor marktwoningen kiest de gemeente voor de residuele grondprijsbenadering, voor sociale woningbouw hanteert de gemeente vaste kavelprijzen;
- wat de kaders zijn voor de administratie en voor de reserves en voorzieningen die aan het grondbeleid gerelateerd zijn;
- wat de beleidsregels zijn naar aanleiding van het zogenaamde Didam-arrest.
Financiële verordening gemeente Katwijk
- Hierin is bepaald dat de gemeente bij de begroting en de jaarstukken – naast de onderdelen die het BBV verplicht – verslag doet van de uitvoering van de nota ‘Grondbeleid’ en de deelname in PPS-constructies (publiek-private samenwerkingen).
- Hierin is vastgelegd hoe en tot welke omvang we de kosten verhalen die de gemeente maakt bij bouwprojecten, inclusief bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen.
Nota Reserves en voorzieningen
- In deze nota zijn beleidsregels geformuleerd voor de toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves en voorzieningen die aan grondexploitaties gerelateerd zijn.
Naast de jaarrekening legt de gemeente met een jaarlijks Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) verantwoording af over de grondexploitaties in het voorgaande jaar. In het MPG geeft de gemeente ook een financieel doorzicht voor de komende jaren.