Van voorjaarsnota naar begroting 2026
Bij het vaststellen van de Voorjaarsnota 2025 heeft uw raad gekozen voor OZB-scenario 7.
Daardoor is in 2026 eenmalig de boventrendmatige OZB-verhoging van 5% geschrapt. De saldi voor het toepassen van dit scenario bedroegen respectievelijk € 1,8 miljoen (2026), € 4,0 miljoen (2027), € 2,6 miljoen (2028) en € 2,7 miljoen (2029) voordelig. In deze saldi zijn zowel de uitkomsten van het traject Meerjarig Financieel Gezond opgenomen als het VNG-advies om in 2028 en 2029 een stelpost van € 1,7 miljoen te ramen ter compensatie van de indexatie van de opbrengsten van de bezuinigingen van de Hervormingsagenda Jeugd. Die indexatie zorgt voor een verlaging van de algemene uitkering waarvoor VNG een compensatie redelijk acht. Het verwerken van de gevolgen van OZB-scenario 7 zorgt voor een gemiddeld structureel nadeel van afgerond € 1,3 miljoen. Daarmee komen we uit op de beginwaarden van de tabel van paragraaf 1.6.1.
Nieuw beleid bleef in de Voorjaarsnota beperkt. Dat werd ingegeven door de aanvankelijk verwachte nadelige uitgangspositie voor het begrotingsjaar/ravijnjaar 2026 en was in afwachting van de uitkomsten van het traject Meerjarig Financieel Gezond. De weinige opgenomen budgetmutaties hadden betrekking op het verruimen van de bijstandsnorm van 120% naar 130%, de uitgaven voor de maatregelenpakketten van de taskforce Jeugd én de daarvan vanaf het jaar 2028 verwachte besparingen, de gezamenlijke inzet van een adviseur voor de verwerving van Europese subsidies en de inzet op een datagedreven integraal meerjarig beheerplan.
Actuele ontwikkelingen en technische uitwerking
De Meicirculaire laat over het gehele meerjarenperspectief een voordelig saldo zien. Dit reserveren we volledig als dekkingsmiddel voor het raadsvoorstel over de begroting jeugdhulp. De daarna nog resterende budgettaire consequenties van de jeugdhulpbegroting hebben we integraal ten laste van het begrotingssaldo verwerkt in de begroting, vooruitlopend op de behandeling van het raadsvoorstel. In de Voorjaarsnota gingen we er nog van uit dat de voor de vertraagde verkoop van het Panbos met ingang van 2027 verwachte besparingen realistisch waren. Maar inmiddels lijkt het zinvol om ook voor 2027 en verder vooralsnog weer onderhoud en beheer te ramen. Hiermee eindigt de laatste uit de bezuinigingsronde van 2021 nog openstaande besparing. Bij elkaar genomen gaat van deze actualiseringen een nadeel uit.
Van de actuele ontwikkelingen en gebruikelijke technische uitwerking van de begroting gaat een nadeel uit dat voor 2026 € 400.000 bedraagt en dat voor het meerjarenperspectief op dat niveau blijft. Een belangrijk onderdeel van de doorrekeningen is het positieve effect van de verwerking van de geactualiseerde investeringsagenda. De gevolgen hiervan voor de financiering hebben in de eerste jaren een positief effect en worden vanaf 2028 negatief. Onder 1.6.2 en 1.6.3 zijn specificaties opgenomen van de actuele ontwikkelingen / technische mutaties en het nieuwe beleid.