De gemeente beschikt over voldoende weerstandsvermogen als risico’s kunnen worden opgevangen met de aanwezige en beschikbare weerstandscapaciteit. De verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de waarschijnlijke risico-omvang (in €’s) is gedefinieerd als de ratio voor het weerstandsvermogen. Dat is een belangrijke graadmeter.
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortkomt, zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen van de gemeente op totaalniveau.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit (tabel 4)
=
€ 38,64
=
1,59
Benodigde weerstandscapaciteit (tabel 3) € 24,30
| Opbouw ratio weerstandsvermogen | Bruto risico | Weerstand benodigd | Reserve | Ratio |
|---|---|---|---|---|
|
Algemeen |
€ 67,250 mln. |
€ 23,700 mln. |
€ 36,240 mln. |
1,53% |
|
Grondexploitatie |
€ 5,900 mln. |
€ 0,600 mln. |
€ 2,400 mln. |
4,00% |
|
Totaal |
€ 73,150 mln. |
€ 24,300 mln. |
€ 38,640 mln. |
1,59% |
Het weerstandsvermogen van Katwijk is op dit moment met een ratio van 1,59 ruim voldoende. Hiermee is de gemeente goed in staat eventuele tegenvallers op te vangen. Daarbij past wel de kanttekening dat in de komende jaren deze reservepositie hard nodig is om eventuele tegenvallers in de exploitatie in meerjarenperspectief op te vangen.
Opmerking: als alleen rekening wordt gehouden met de algemene reserve (en dus niet de stille reserves vastgoed en de reserve grondexploitatie), dan leidt dit tot een ratio van 1,27 (€ 30,74 / € 24,30). Deze ratio van 1,27 geeft aan dat het weerstandsvermogen van de gemeente ‘voldoende’ is. Het weerstandsvermogen is daarmee voor dit moment op orde.
Daarbij hoort de kanttekening dat Katwijk, net als andere gemeenten, deze begrotingsperiode behoedzaam met de reservepositie moet omgaan, vanwege verschillende onzekerheden in het vooruitzicht.
Ten opzichte van de jaarrekening 2024 laat de ratio een dalende trend zien. Die daling wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de forse toevoeging (ruim € 9 miljoen) aan de reserve Stimulering woningbouw ten laste van de algemene reserve en een opwaartse bijstelling van het risicoprofiel GOV en de mogelijke fiscale risico’s die we als gemeente lopen. De licht dalende reservepositie in het meerjarenperspectief, de forse investeringsambitie en de onzekerheden in de publieke sector van dit moment maken de huidige weerstandspositie hard nodig.
Tot slot moet een duurzame en flexibele meerjarenbegroting de structureel benodigde weerstandscapaciteit van risico’s ad € 4,6 miljoen (tabel 2) afdekken. De structureel sluitende begroting 2025-2026 en de tussentijdse bestuursrapportage in het najaar (moment van monitoring) voorzien daarin op dit moment.